APEN
ALS EXPORTPRODUKT
NEPAL. Wie
het vliegveld van Kathmandu verlaat ziet al snel rhesus apen in de bomen
of bij de vele tempels. Apen vormen een geïntegreerd beeld in de
Nepalese samenleving, de cultuur, het dagelijkse leven. Ze zijn te zien
op vele ansichtkaarten en religieuze afbeeldingen.
Maar vele
Nepalese rhesus apen, makaken, worden momenteel voorbereid op een nieuw
bestaan in Amerika waar hun leven eindigt als proefdier, zonder enige
warmte en genegenheid, alleen en alleen omgeven door handschoenen, pakken
en monddoekjes. Het Washington National Primate Centre en de Southwest
National Primate Research Center in het Texaanse San Antonio zijn de
grootste afnemers. De centra hebben hiertoe een overeenkomst afgesloten
met Nepalese counterparts, de Nepal Biodiversity Research Society en
de National Biomedical Research Center. In 2003 wordt door het WNPC
een eerste fokprogramma gestart in Kathmandu.
In 2005
wordt bekend dat ook nog eens gewerkt wordt aan een tweede fokkerij.
“Washington” kiest voor een fokkerij in Latamar (zie foto),
district Lalitpur, terwijl “Texas” een soortgelijk project
in Lele (zie foto) in hetzelfde district bouwt. Daar gaan apen in gevangenschap
worden gefokt voor de Amerikaanse onderzoekscentra. Voor Latamar werd
toestemming gevraagd om tussen de 250 en 300 wilde makaken te vangen
als eerste populatie voor de fokboerderij. In Amerika worden jaarlijks
14.000 apen gebruikt als proefdieren.
Volgens
dr. Randall Kyes, professor verbonden aan het WNPC, is de Nepalese makaak
gewild vanwege de ‘genetische bouw’ van de aap. Deze apen
zijn ook het meeste verwant met de Indiase makaken. Gedurende decennia
waren het vooral de van oorsprong uit India afkomstige apen die gebruikt
werden door Amerikaanse wetenschappers voor hun biomedische onderzoeken
en testen. Maar sinds 1978 heeft India een exportverbod voor alle makaken.
Hierdoor ontstond vooral in Amerika een tekort aan apen voor onderzoeken,
waarna alternatieven gezocht worden en uiteindelijk werden die in Nepal
gevonden.
Het Nepal
Primate Research Center was het eerste centrum in Nepal dat toestemming
kreeg voor het in gevangenschap fokken van apen bestemd voor proefdierlaboratoria.
De directeur van de Nepal Biodiversity Research Society, dr. Mukesh
Kumar Chalise, werkt nauw samen met dr. Kyes. Volgens dr. Kyes wordt
de natuurlijke rhesus apen populatie in Nepal niet aangetast, omdat
nu speciaal voor de laboratoria apen in gevangenschap worden gefokt
en grootgebracht. Ook beweren hij en dr. Chalise dat het Nepal Primate
Research Center volgens internationale standaarden en richtlijnen de
apen behandelt. Opmerkelijk is dat beide heren pretenderen zich ook
in te zetten voor in het wild levende en bedreigde dieren in Nepal,
zoals de sneeuwluipaard en de rode panda. Gelijktijdig worden onder
hun verantwoordelijkheid en toezicht apen ernstig mishandeld en verblijven
apen hun hele leven onder erbarmelijke omstandigheden in kleine kooien
tot een trieste en zinloze dood volgt.
Overigens hadden beide heren al in 2001 een overeenkomst gesloten om
apen voor onderzoek te gaan fokken in Nepal. Weinigen in het land waren
van die overeenkomst op de hoogte.
Begin 2003 waren zij nog betrokken bij een onderzoek naar de dood van
ongeveer 20 rhesus apen op de Swoyambhu-heuvel in Kathmandu. Volgens
Chalise waren de dieren gestorven aan de gevolgen van diarree. Drie
maanden later, in mei 2003, arriveerde op uitnodiging van Chalise, een
onderzoeksteam van de universiteit van Washington om de epidemische
ziekte te onderzoeken onder de tempelapen. Aan het hoofd van die Amerikaanse
delegatie stond Kyes. Media berichtten dat de Amerikanen niet alleen
waren gekomen om zieke apen te genezen, maar ook om apen mee te nemen
naar Amerika. Om te onderzoeken of ze geschikt zijn als proefdieren.
Het WNPC
is al meer dan dertig jaren betrokken bij het uitvoeren van experimenten
op apen. Het heeft ook een fokkerij met meer dan 1000 apen op Tinjil
eiland, Indonesië, en werkt nauw samen met een apenlaboratorium
op Bogor.
Sinds 2003 is het in Nepal toegestaan om apen te fokken voor de export.
Maar wat veel Nepalezen niet wisten is dat al gedurende enkele jaren
Amerikaanse onderzoekers hun ogen hadden laten vallen op de Nepalese
rhesus apen.
Het SFBR
huisvest meer dan 5.000 proefdieren, waaronder diverse apensoorten.
De grootste groep wordt gevormd door ongeveer 2.400 bavianen. Binnen
het SNPRC worden vooral makaken uit Nepal gebruikt als proefdieren.
In de Amerikaanse
laboratoria ondergaan de apen verschrikkelijke testen die zeer pijnlijk
zijn. Tijdens onderzoeken verblijven de apen solitair in een kleine
kooi waarin ze al snel beginnen met het verwonden van zichzelf. Dat
doen zij onder andere door in zichzelf te bijten, haren uit te trekken
en constant dezelfde bewegingen te maken. De apen zijn echter gewend
om in een groep te leven en zullen nimmer wennen aan een bestaan alleen
in een te kleine kooi. De dieren worden volgens de onderzoekscentra
met name gebruikt voor het ontwikkelen van een medicijn tegen HIV/AIDS.
Daartoe worden de apen ingespoten met het AIDS virus waarna allerlei
medicijnen uitgeprobeerd gaan worden. Dierenwelzijnsorganisaties vermoeden
echter dat de Nepalese apen in Amerika als proefkonijnen gebruikt in
bioterrorisme experimenten. Hiertoe worden ze blootgesteld aan pokken,
miltvuur en aan ricin (zenuwgas).
De verschrikkingen waaraan de diertjes worden blootgesteld bestaan onder
andere uit het operatief inbrengen van schedelimplantaten om te onderzoeken
of zij taken overnemen wanneer ze elektrisch worden gestimuleerd. Elektrodes
die in de hersenen en ruggenmerg van de dieren zijn geplaatst bieden
onderzoekers de gelegenheid om elektro-variaties vast te leggen als
zij belastende oefeningen uitvoeren. Dr. Virgina Gunderson, verbonden
aan de Universiteit van Washington, injecteerde chemicaliën in
de hersenen van slechts drie maanden jonge aapjes om hierdoor infarcten
vast te kunnen stellen. Om dit onderzoek goed te kunnen verrichten werden
de hoofdjes van de diertjes met bouten vast geschroefd. Dit zijn slechts
een paar voorbeeldjes van hoe in Amerika de Nepalese aapjes uiteindelijk
een gruwelijke dood sterven en als grofvuil in afvalcontainers gedumpt
worden.
Rhesus apen
in Nepal worden door hindoestanen en boeddhisten als heilig ervaren.
Door deze dieren te pijnigen worden publieke religieuze sentimenten
gekwetst. Hindoestanen in Nepal eren de apen als een reïncarnatie
van de god Hanuman. Boeddhisten kunnen geen enkel dier pijn doen of
doden. Apen in Nepal worden gezien als een integrale draad in het natuurrijke
en culturele tapijt van het land. In Kathmandu kunnen de apen onder
andere worden gevonden in de Pashupatinath en Swoyambunath tempels ofwel
de ‘apentempels’.
Nepal is
een van de weinige landen in Azië waar geen goede wetgeving bestaat
op het terrein van dierenwelzijn. De grondwet vermeldt dat alle levende
wezens met respect dienen te worden behandeld, maar in het parlement
is nog nooit een dierenwelzijnswet geïntroduceerd. Levende have
is door de ‘Meat Act’ van 1998 beschermd. Deze wet staat
onmenselijk doden van vee niet toe, maar toch worden bijna alle dieren
door slagers gedood met messen en hamers.
In juni
2003 ontstond een georganiseerd verzet tegen de export van de apen naar
laboratoria in Amerika. Een aantal dierenactivisten van de Society for
the Prevention of Cruelty to Animals kwam er achter, dat er plannen
waren om apen te gaan exporteren naar onderzoekscentra in Amerika. De
activisten begonnen de bevolking en de media te informeren.
Al snel
werd de Stop Monkey Businesscampagne gecoördineerd door Animal
Nepal, een non-profit organisatie die opkomt voor het welzijn van dieren
in Nepal. Animal Nepal is opgericht door de Nederlandse freelance journaliste
Lucia de Vries die al sinds 1992 in Nepal woont. Een brochure werd door
Animal Nepal samengesteld en verspreid onder onder andere studenten
en bewoners van het Langtang National Park waar enkele van de apen voor
een fokkerij werden gevangen.
Naarmate
de campagne vorderde kreeg deze meer en meer aandacht en sloten meer
en meer organisaties zich aan waaronder de Anti Dierproeven Coalitie.
Inmiddels zijn er demonstraties opgezet bij de consulaten en ambassade's
van Nepal in Brussel, Amsterdam, Parijs, Londen en New York.
Roots and
Shoots Nepal is onderdeel van het Jane Goodall Institute. Jane Goodall
is een Engelse primatologe, antropologe en biologe en vooral bekend
geworden door haar 40-jarige studie van het sociale- en familieleven
van de chimpansee. Op 10 februari 2007 hielden studenten van Roots and
Shoots Nepal een demonstratie waarin stopzetting werd geëist van
het fokken van rhesus apen voor onderzoeksdoeleinden. Meer dan 100 studenten
en dierenactivisten namen deel aan het protest. In september 2007 betrok
de Stop Monkey Business Campagne coalitie een kantoor bij de Wildlife
Watch Group in Kupondole, in het District Lalitpur. De campagnegroep
werkt voortvarend aan de verdere ontwikkeling van de campagne en een
eigen website. Inmiddels zijn meer dan 4000 handtekeningen ingezameld
afkomstig van mensen uit 21 landen, onder een petitie waarin de Nepalese
regering wordt gevraagd om af te zien van plannen voor de bouw van laboratoria
waar rhesus apen gebruikt gaan worden en om een compleet verbod op de
export van deze apen.
Volgens
Lucia de Vries van de campagne kan de Nepalese regering per aap tot
$300 verdienen met de verkoop aan laboratoria in Amerika.
De Stop Monkey Business campagne is internationaal, en succesvol in
de media, aldus De Vries. ‘Vrijwel alle media in Nepal hebben
kritisch over dit onderwerp gerapporteerd’, aldus De Vries.
Momenteel wordt een rechtszaak voorbereid tegen de overheid. De Vries:
‘We vinden dat het uitvaardigen van de ordinantie die het
fokken van wilde dieren mogelijk maakt ondemocratisch is gebeurd. Geen
enkele betrokkene is geraadpleegd en de wet is nooit aan het parlement
getoond. De Nepalese bevolking is grotendeels tegen de export; het lijkt
er echter op dat de regering de Amerikanen, die laboratoria apen nodig
hebben voor hun bioterrorisme onderzoeken, niet voor het hoofd wil stoten.
Bovendien gaat er veel geld om in deze inhumane business.’
Lucia benadrukt
dat de apen in de nieuwe fokboerderijen nog niet geëxporteerd worden,
omdat er eerst een tweede generatie apen moest zijn. Die tweede generatie
is er nu en daar wordt momenteel, aldus De Vries, mee getest. ‘We
weten niet precies wanneer de eerste lading apen naar de VS vertrekt.
We zullen er alles aan doen om dit een halt toe te roepen.’
Klik
hier voor de actieagenda en aankomend protesten tegen de export
van apen.
www.stopmonkeybusiness.org