"De groep van Koolhaas heeft met het sociaal defeat model, waarin een mannetje een gevecht verliest van een dominante rat, naar mijn mening een uitstekend diermodel voor angst en depressie in huis. Maar, vrouwtjesratten vechten niet en dus kunnen we dit model niet gebruiken voor vrouwelijke proefdieren."
Prof. Dr. Gert J. ter Horst, RUG

Liever therapie dan pillen bij depressie’
Onderzoeker is niet verbaasd over het geringe effect van antidepressiva dat zij ontdekte

Door onze redacteur Ellen de Bruin, NRC

Onderzoek waaruit blijkt dat antidepressiva nauwelijks werken, moet gevolgen hebben voor de behandeling, vindt onderzoeker C. Bockting.
. De richtlijnen voor de behandeling van depressieve patiënten moeten nu kritisch tegen het licht worden gehouden. Dat zegt Claudi Bockting van de Rijksuniversiteit Groningen, naar aanleiding van een gisteren gepubliceerd onderzoek in PLoS Medicine. Hieruit bleek dat de meest geslikte antidepressiva (waaronder paroxetine) nauwelijks beter werken dan een placebo. Antidepressiva zijn de meest gebruikte behandelmethode bij depressie. Bockting onderzoekt zelf ook behandeling van depressie.

Had u verwacht dat deze antidepressiva zo weinig effect hebben?

„Ja, dit had ik wel verwacht. Vorige maand is er al een onderzoek met vergelijkbare resultaten gepubliceerd. De effecten van antidepressiva worden overschat, omdat de wetenschappelijke tijdschriften met name studies publiceren waaruit blijkt dat die medicijnen een positief resultaat hebben. In deze nieuwe onderzoeken zijn ook onderzoeksresultaten bekeken die niet in tijdschriften zijn gepubliceerd – die zijn bij de Amerikaanse Food and Drugs Administration, die alles registreert, opgevraagd. Uit dat onderzoek van vorige maand bleek dat 94 procent van de gepubliceerde resultaten positief is, maar als je de niet gepubliceerde resultaten erbij betrekt, vermindert dat tot de helft.”

Hoe kan het dat zulke medicijnen toch worden goedgekeurd?

„Nou, het is ook weer niet zo dat mensen er slechter van worden. Maar ze werken nauwelijks beter dan een placebo. Als ze al een klinisch effect hebben, dan alleen voor de mensen met de ernstigste depressies, en vooral doordat bij hen een placebo weinig doet.”

Wat zou er met deze studies gedaan moeten worden?

„Dit zou enorme gevolgen moeten hebben, dit mag absoluut de kattenbak niet in. Behandelaars kijken in wetenschappelijke tijdschriften wat ze moeten doen. Maar bij antidepressiva kunnen ze daar kennelijk niet op vertrouwen, want tijdschriften publiceren liever resultaten waaruit blijkt dat een middel werkt, dan dat het niet werkt. Als artsen zich verlaten op de studies die geplaatst worden in plaats van de studies die gedaan worden, overschatten ze het effect van antidepressiva.

„Uit het onderzoek van vorige maand bleek dat we het effect van antidepressiva in de praktijk met een derde moeten afzwakken, en het was al niet zo groot. De richtlijnen voor behandeling moeten antidepressiva dus minder stellig aanbevelen. Het is momenteel de meest gebruikte behandelingsmethode bij depressie, maar de werking ervan moet eerst helemaal opnieuw onderzocht worden.

„En de overheid zou dit soort onderzoek moeten financieren in plaats van de farmaceutische industrie. Er zijn nu te veel belangen in het spel: de onderzoeker, het tijdschrift en de industrie willen allemaal scoren. Wat nu voor antidepressiva ontdekt is zou ook voor andere middelen bij andere aandoeningen kunnen gelden. Ik vind dat echt een enorme misstand.”

Wat werkt er wel, tegen depressie?

„Bepaalde vormen van psychotherapie: cognitieve gedragstherapie (CGT), interpersoonlijke therapie, kortdurende psychodynamische therapie. Bij therapie is er misschien ook sprake van publication bias, maar veel minder groot, omdat er geen enorme commerciële belangen achter zitten, zoals bij de farmaceutische industrie.

„Mijn eigen onderzoek suggereert dat het langetermijneffect van CGT veel beter is dan van pillen. Dat is belangrijk, omdat we weten dat een depressie vaak terugkomt en antidepressiva worden veel gegeven als ‘onderhoudsmedicijn’. In mijn onderzoek slikte 80 procent van de deelnemers drie tot zestien maanden na hun laatste depressie nog antidepressiva. 60 procent van hen werd binnen twee jaar weer depressief. Maar van die 20 procent niet-slikkers viel maar een kwart weer terug, en als ze ook nog een CGT-training van acht sessies hadden gevolgd zelfs maar één op twaalf. Zelfs na vijf en een half jaar beschermde zo’n training nog.”

Hoe verklaart u die resultaten?

„Levenslang doorgaan met slikken van antidepressiva is maar gebaseerd op kleine studies, misschien werkt het voor sommige mensen wel tegengesteld, dat weten we niet. En die CGT-training werkte ook alleen zo goed bij de niet-slikkers. Misschien is het wel nodig om aan jezelf te werken zonder het gevoel te hebben dat die pillen je toch wel beschermen.”

 

"Ratten worden bijvoorbeeld in een emmer water gedaan waaruit ze niet kunnen ontsnappen. Ze moeten zwemmen om boven te blijven. Op een gegeven ogenblik kunnen ze niet meer en dreigen te verdrinken. Op dat moment worden ze er door de experimentator uitgehaald. Gebeurt dit vaker met een dier dan onwikkelt het een depressief syndroom. Andere manieren zijn het op jonge leeftijd herhaaldelijk weghalen van de moeder. Deze methode wordt naast ratten bijvoorbeeld ook toegepast bij apen."
- Diermodel voor depressie


Claudi Bockting.
Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Rotterdam,