Inside HLS - Schokkend rapport

Structurele dierenuitbuiting in Europa's grootste dierproefcentrum

Een gruwelijk rapport uit 2006, 2 ex-werknemers van HLS laten zich uit over het bedrijf. De gruwel gaat door. HLS is een commercieel dierproeflaboratorium die in opdracht van bedrijven dierproeven laat uitvoeren.

"Ik zag collega’s de honden bij het nekvel pakken en tegen ze schreeuwen en schelden. Of ze werden heen en weer gegooid, zelfs geslagen... Een kleine reu had wratten in haar neus en op haar poten. Alles wat ik te horen kreeg was: "Oh, ze wordt volgende week toch afgemaakt, het maakt niet uit."
Het volgende verslag is geschreven door twee mensen die beiden twaalf maanden werkten op de Beagleafdeling van Huntingdon Life Sciences (HLS). Ze verlieten het bedrijf eind 2005. De foto’s die worden getoond, zijn afkomstig uit het tv-programma ‘Animals’. Aan het eind van deze documentaire wordt verklaard dat de beelden waarop honden die giftige stoffen inademen (zogenaamde inhalatie toxicologie) te zien zijn, niet zijn opgenomen binnen HLS. Dat waren ze wél.

Dit is bekend geworden omdat deze twee werknemers aanwezig waren op het moment dat er werd gefilmd. HLS wilde de filmmakers geen opnames laten maken, tenzij bovenstaande verklaring werd toegevoegd. Voor het opnemen van de scène waarbij beagles worden afgemaakt, is de hulp ingeroepen van andere HLS-medewerkers omdat de medewerkers, die normaal gesproken dit werk verrichten, niet op de nationale televisie wilden komen.

HET VERSLAG

"Dierenspecialist, moet van dieren houden", luidde de vacature. "Dat ben ik", dacht ik bij mezelf. Vanaf mijn geboorte heb ik altijd dieren gehouden, ik kon me geen leven zonder hen voorstellen. Geloof me, ik had mijn twijfel. Ik kende de verhalen van allebei de kanten: de argumenten voor en tegen dierproeven. Desondanks had ik nog nooit echt een standpunt over dit onderwerp ingenomen. "Dat was jaren geleden", zei ik tegen mezelf, "misschien staan de zaken er nu anders voor, of beter nog, zijn ze zelfs verbeterd". Ik besloot te bellen en een sollicitatieformulier aan te vragen. Toen dit binnen was, vulde ik het in. Er stonden allerlei standaardvragen in plus een paar vragen over medische geschiedenis.

Er ging een week of zo overheen voordat ik een uitnodiging voor een sollicitatiegesprek ontving. Tot mijn verbazing las ik dat het gesprek twee uur kon duren. Ik kon me niet voorstellen dat zij mij iets gingen vertellen dat zo veel tijd in beslag zou nemen. Het sollicitatiegesprek bestond uit een ontmoeting met vier verschillende personen en een bezoek aan een dieren-afdeling. Ik zag de dieren én de ruimtes waar ze ‘de medicijnen toegediend’ kregen. Ik voelde me verward. Nog steeds wist ik niet of ik wilde werken bij een organisatie die zo vaak werd afgekraakt en gehaat door zo veel mensen. Daarbij was er één ding waar ik mij specifiek aan stoorde: niemand vertelde mij wat mijn dagelijkse werk precies zou inhouden.

De medewerkers van HLS vertellen niks over het werk dat je gaat uitvoeren. Toen wij begonnen, hadden we er geen idee van dat we hokken zouden schoonmaken of honden moesten vasthouden terwijl men ze liet inslapen. Tot aan je eerste werkdag, heb je geen flauw idee van wat je gaat doen. Als ik dit had geweten, was ik er nooit aan begonnen.

Eerste dag

Ik kreeg een paar blauwe uniformen, rubberlaarzen en veilig-heidsschoenen. Het bedrijf geeft voldoende introductie-cursussen, maar er gaat er geen één over het werken met dieren. De meeste cursussen waren erg langdradig. Ik vind dat de mensen die daadwerkelijk met dieren werkten, een andere cursus moeten krijgen dan het kantoorpersoneel. Er werd nergens gemeld dat je wel eens kon worden gebeten door een dier. Op de hondenafdeling ontmoette ik de NACWO (de zogenoemde dierenverzorging en –welzijnsfunctionaris). Ik kreeg te horen dat ik om het weekend zou werken en dat maar als overwerk moest beschouwen. Ik was verbijsterd toen ik begreep dat ik telkens twaalf dagen op rij moest werken, met daarna maar twee vrije dagen!

Vervolgens ontmoette ik de teamleider. Zij was bloed aan het afnemen met een ander staflid. Wat ik zag was schokkend en in mijn beleving absoluut barbaars. Degene die de hond vasthield, zat op een kruk met aan haar rechterhand de hond. Ze gebruikte haar rechterhand om de voorpoten van de hond plat te houden en het beest dicht tegen haar lichaam te houden. Met haar linkerhand hield ze de snuit omhoog zodat de nek goed zichtbaar werd voor de specialist die bloed afnam. De hond worstelde en jankte terwijl de naald in de nek werd gestoken en er weer werd uitgerukt - telkens opnieuw. Ik vond het erg moeilijk om aan te zien. De specialist die mij opleidde, probeerde de hond gerust te stellen, maar dat lukte op geen enkele manier.

De teamleider liet me de ruimte zien waar mijn team werkte en de unit waar de honden zaten. Dit was gebouw J24. Er zaten negen units aan mijn kant, alle met een maximum van 32 honden. Sommige units waren leeg. Er waren vijf fulltime medewerkers en één parttimer. Ze toonde mij de logboeken. Alles wat binnen een unit gebeurt moet met tijdstip worden genoteerd; vanaf het moment dat iemand de unit binnengaat totdat de laatste persoon die dag de unit verlaat. Wanneer de honden bij HLS arriveren, hebben zij een nummer in het oor getatoeëerd. Een hond wordt in de rechterkennel gestopt. Vervolgens krijgt hij, binnen enkele dagen, het HLS-nummer in het andere oor getatoeëerd. De meeste honden haten dit en ze moeten daarom goed worden vast-gehouden.
Sommige laten hun ontlasting lopen, zo bang zijn ze. Telkens als ik de honden om een of andere reden uit een kennel moest halen, bedacht ik me dat ik dit eigenlijk helemaal niet wilde doen. De honden moeten hebben gedacht: elke keer dat ik uit deze kooi wordt gehaald, wordt mij iets aangedaan. En inderdaad, dat was ook zo.

Op een middag hadden wij een ontmoeting met de leiding van de honden-afdeling. Zij liet ons undercover videomateriaal zien en stelde daar vragen over. Er zaten ongeveer twintig medewerkers in de ruimte: sommige stagiaires, sommige vergunninghouders. Niemand beantwoordde de vragen. Iedereen zat daar maar, zwijgend. De meeste medewerkers gaven niet zo veel om de dieren en waren klaarblijkelijk in staat zich af te sluiten voor de beelden.

Als je niet in het team paste kreeg je allerlei vervelende dingen te doen: hoe meer honden er moesten worden schoongemaakt, hoe meer procedures je moest naleven. Je kreeg niet al je pauzes of je moest procedures uitvoeren tijdens lunchtijd met het gevolg dat je pas laat kon eten. De geliefde medewerkers werden uitgenodigd voor lunches en bleven soms anderhalf uur weg. Het was niet vreemd als ze naar alcohol roken als ze terugkwamen. Soms hield een groep van vier, vijf man een hond vast voor een procedure terwijl de hond altijd jankte. Het was vreselijk om naar te kijken, en ik had nota bene door wat er gebeurde, de honden hadden geen flauw benul van wat er met hen gebeurde. Het is echt verschrikkelijk.

Er werd mij gezegd dat, voordat ik begon met een unit, ik mijn aanvangstijd moest noteren in het logboek. Als ik klaar was moest ik mijn eindtijd en paraaf neerzetten. Soms was het zo druk dat je vergat een tijdstip op te schrijven. Aan het einde van de dag werd alles gecontroleerd door de vergunning-houder. Als je vergeten was een tijd op te schrijven, dan moest je er een verzinnen. Dat is het vervalsen van data en dat had niet mogen gebeuren.

Als er onderzoek met de honden werd gedaan, lagen ze aan een computer-systeem: VMS of Xybion. De honden worden voor het eerst gecontroleerd om 08.30 uur en voor het laatst om 16.30 uur. Tussen 16.30 uur en 08.30 uur liggen de honden alleen, zonder één keer te worden gecontroleerd. Om 18 uur gingen de lichten automatisch uit en om 6 uur de volgende ochtend sprongen ze weer aan.

Schoonmaken

Na het noteren van gegevens begon het schoonmaken van de hokken. Als je ’s ochtends binnenkwam, zaten de honden bij elkaar in twee- of drietallen. Je bracht dan de honden naar het midden van de unit en begon zaagsel en ontlasting met een schep bij elkaar te schrapen. Vervolgens controleerde je de waterbakken, strooide je een schep zaagsel in de unit en bracht je elke hond terug naar zijn hok. Je kan je voorstellen dat zoiets "ontzettend lang" duurde! De eerste keer dat ik het verblijf van 32 honden schoonmaakte, kostte me dat anderhalf uur. Soms kwam de smerigheid van een unit je gewoon tegemoet. En dan te beseffen dat de honden in die omgeving leefden.
Normaal gesproken zouden de units elke vier weken met een hogedrukreiniger worden schoongespoten. De honden werden dan tijdelijk naar een ander verblijf gebracht, terwijl hun unit werd schoongemaakt. Dat gebeurde niet elke vier weken, soms was het te druk, dan weer te weinig personeel en soms zelfs eenvoudig vergeten. Als de unit uiteindelijk werd schoongemaakt, lag deze zo vol met ontlasting dat het schoonmaken uren in beslag nam.

 

Het voeden

Alle dieren kregen voeding van het merk Harlan Teklad. Of de honden nou 5-6 kilo, of 12-13 kilo zwaar waren, ze kregen allemaal 400 gram per dag. Als er geen onderzoek op de honden werd verricht, kregen ze eten zodra hun hok was schoongemaakt. Als met de honden onderzoek werd verricht, kregen ze ongeveer een uur na de dosering (van testmedicijnen) te eten. Het kon dus voorkomen dat de honden pas rond lunchtijd voor het eerst aten. Heel af en toe kregen honden, die op hetzelfde gewicht waren gebleven of die gewicht hadden verloren, 500 gram Teklad, maar dat gebeurde binnen mijn team sporadisch. Tijdens sommige onderzoeken bleek dat honden die een hoge dosering kregen toegediend, niet meer aten. Ze kregen dan tot op drie dagen geen eten, daarna kregen ze voedsel soms vloeibaar toegediend. Heel, heel soms kregen ze eten uit blik. Ze kregen dan twee uur de tijd het op te eten. Hierna werd het weggehaald. Alles wat overbleef werd gewogen en per hond geregistreerd.

Hoe een unit wordt ingericht voor onderzoek

Voordat de honden arriveerden, kregen we een lijst met nummers (leverancier-nummers) en werden de honden per groep gesorteerd. We werkten met een ‘protocol’ waarin stond welke hond bij welk onderzoek hoorde en wat voor categorie onderzoek dat zou zijn. Klasse 4 was een gevaarlijke groep, iedereen die deze unit binnentrad moest een overall, masker, handschoenen en overschoenen aantrekken. Als ik dat niet deed en ik werd betrapt dan zou ik flink in de problemen komen met mijn teamleider. Desondanks zag ik dat mijn teamleider, dierenartsen, onderzoekleiders en de NACWO allemaal zonder deze bescherming te werk gingen. En daarna gingen ze naar een andere unit. Welke ziektekiemen, bacteriën en dergelijke gaven ze wel niet door?

Hoe dan ook, het gaat er nu even om hoeveel honden er aan een onderzoek deelnamen. Een onderzoek hield bijvoorbeeld in: 32 honden, 16 reuen en 16 teven. Mannen aan de ene kant, vrouwen aan de andere. Als ik bij de deur begin: daar zaten de eerste vier reuen en vier teven die we de ‘controle-honden’ noemden. Ze kregen geen medicijnen, maar moesten net als de andere worden ‘gedoseerd’. Als de dosering in de vorm van een capsule kwam, kregen zij een lege capsule. Ging het in de vorm van een injectie (zogenoemde sub-cut), dan kregen zij een injectie met gesteriliseerd water of iets dergelijks in het nekvel. Deze honden hebben een witte kaart aan hun hok hangen. Dan waren er de groep 2 honden (met een gele kaart aan het hok). De dosering die zij kregen, was vrij laag en afgezien van de uitzondering die
braakte, vertoonden de honden er weinig ziektesymptomen.

De dosering was afhankelijk van het onderzoek. Het kon 0,5 ml per kilo lichaamsgewicht zijn, het kon ook meer zijn. Na de ‘controlehonden’ volgden weer vier reuen en vier teven. Daarna waren de honden uit groep 3 (blauwe kaart aan het hok) aan de beurt. Ook weer acht honden, zij kregen 1,5ml of meer per kilo. De dosis hing af van het onderzoek en de mogelijke bijverschijnselen. De laatste acht honden vormden groep 4 (roze kaart). Normaal gesproken was de dosering bij deze honden het dubbele van wat groep 3 kreeg. Deze groep vertoonde de meeste bijverschijnselen, die soms behoorlijk smerig waren om te zien.

Tijdens een onderzoek naar een medicijn voor kanker werkte ik met een groep 5 sectie, met risicoklasse 4. Twee dagen nadat ik de honden uit groep 5, en een paar van groep 4, testmedicijnen had toegediend, werden ze erg ziek. Toen ik ’s ochtends binnenkwam, lag het bezaaid met bloed. Ik was helemaal van slag. Maar ik kreeg te horen dat ik moest opschrijven dat de honden roodgevlekte ontlasting hadden. Het schoonmaken van de unit was geen pretje en ik was blij dat ik een masker droeg.

De teamleider riep de hulp in van de dierenartsen, aangezien de honden erg futloos waren. De arts kwam ’s middags en zei dat de honden tabletten in hun water moesten krijgen omdat ze uitdroogden. De honden aten ook niet. De arts stelde iets voor, maar ik wist niet wat. Wij kregen zoiets nooit te horen. De onderzoeksleider en NACWO kwamen ook naar de honden kijken.

Ze hadden een discussie en er werd besloten dat de honden geen medicatie meer kregen. Ze zouden aankijken hoe de komende dagen zouden verlopen. Ik zei dat ik me hier niet gelukkig bij voelde, maar ik was ‘net begonnen’, wat wist ik er nou van. De honden, vijf van hen, bleven heel de dag levenloos. Er kwam heel de dag meer bloed in de unit. Ze wilden niet eten, drinken of spelen met het gevolg dat ze ’s avonds niet bij elkaar in hun unit mochten.

Toen ik de volgende ochtend binnenkwam, zag ik dat een hond dood in zijn hok lag. Ik ging helemaal door het lint. Vervolgens kreeg ik simpelweg te horen dat ik maar even koffie moest halen terwijl de teamleider, NACWO, dierenarts en onderzoeksleider het probleem zouden oplossen.

Er werd besloten om nog dezelfde dag twee honden te laten inslapen. Het onderzoek werd een paar dagen stil gelegd, waarna werd besloten dat de dosering voor groep 5 te hoog was. De Groep 4 honden zouden beter geschikt zijn. Gedurende de weken die volgden werden nog twee honden afgemaakt. Ik sprak hierover met een andere teamleider en zij zei dat de leiding van te voren wist dat de dosering te hoog zou zijn. Desondanks waren ze toch met de testen begonnen.

 

Aanvang onderzoek: de dieren krijgen de eerste dosering

De eerste dag van het onderzoek is altijd een erg drukke dag. Over het algemeen beginnen twee mensen ‘s ochtends vroeg met het schoonmaken van de hokken. Voordat de dosis wordt toegediend wordt er bloed bij de honden afgenomen. Hier is een vergunning-houder en een stagiair bij aanwezig. De bloedbuisjes zijn al een paar dagen van tevoren gelabeld. Elke hond heeft zijn eigen buisje voorzien van het tijdstip van bloed afnemen.

Tussen het bloed afnemen bij honden door zaten telkens twee minuten. Dat hield dus in dat de houder de unit in moest gaan en uit alle honden van groep 2, 3 of 4 de juiste hond moest uitzoeken. Je had precies twee minuten. Dus: zodra een hond een naald in zijn nek had (in de nekader) had je twee minuten om het bloed af te nemen, de hond terug te brengen naar zijn unit, de volgende hond uit te kiezen en daar weer bloed van af te nemen.

Sommige honden waren absoluut niet blij met het bloed afnemen en weigerden dan ook stil te zitten. De vergunninghouder sleurde ze in het rond bij het nekvel, schreeuwde tegen ze en hij pakte ze soms bij het nekvel en hield ze omhoog terwijl hij tegen ze schreeuwde. Het was soms erg beangstigend.

Ik zag collega’s de honden bij het nekvel pakken en tegen ze schreeuwen en schelden. Of ze werden heen en weer gegooid, zelfs geslagen. Tegen mij werd gezegd dat ik ‘te dicht’ bij de honden stond. Alleen maar omdat ik de honden in mijn armen naar de procedures droeg en ze daarbij dicht tegen mij aanhield, knuffelde en kuste.

Na het bloed afnemen - voorafgaand aan de dosering - volgde om 09.00 uur de dosering, wederom met een twee minuten interval. Meestal kwamen de onderzoekleiders kijken of alles volgens de regels verliep. In werkelijkheid stonden ze regelmatig aan de kant met elkaar te kletsen en letten ze helemaal niet op het onderzoek. De volgende bloedafname volgde 15 minuten na de eerste dosering. Vervolgens na 2 uur, 8 uur, 12 uur en 24 uur. Wanneer er na 15, 30 en 60 minuten bloed werd afgenomen, waren er twee teams aan het werk, een daarvan was een vergunninghouder, de ander een drager.

De honden werden continu uit hun hok gehaald met het gevolg dat ze minder wilden meewerken en geïrriteerd raakten. De hondennekken zaten vol blauwe plekken en waren opgezwollen, maar men ging gewoon door met bloed afnemen. Een vergunninghouder met wie ik samenwerkte, stopte vijf keer achter elkaar dezelfde naald in een hond zonder de ader te raken. Een naald mag maximaal twee keer achter elkaar worden gebruikt. Ik meldde dit bij mijn teamleider; er veranderde niks.

Als we een ondeugende hond hadden die niet stil wilde zitten waardoor het bloedprikken langer dan twee minuten duurde, moesten we op en neer rennen met de honden – sommige zwaarder dan 12 kilo – om de tijd goed te maken. De tijdstippen werden nooit veranderd. Kortom: men> vervalste de gegevens. Er werd van ons verwacht dat we over zouden werken om de 8 uur en 12 uur bloed afnames te regelen. En had nou niet het lef om nee te zeggen. Op drukke dagen, zoals bij de start van een onderzoek, kregen de honden geen tijd om te bewegen. Ook mochten ze pas bij elkaar na de 8 uur of 12 uur bloed afnames. Op zulke dagen keken de honden zo ontzettend droevig uit hun ogen.

Urinekooien

Afhankelijk van het onderzoek werden de honden op wisselende tijden in een urinekooi geplaatst. Dit waren hele kleine kooien waarin ze praktisch niet konden bewegen. Ze stonden op een plateau met gaten waar de urine doorheen sijpelde naar een groter gat. Van daar stroomde de urine in een po. De honden gingen om 16 uur de kooi in en werden er om 8.40 uur de volgende ochtend weer uitgehaald. Aangezien de kooien zo klein waren, lagen en stonden de honden noodgedwongen in hun eigen ontlasting. Soms zaten de honden vast met hun poot in de gaten van de vloer. De volgende ochtend werd dan hun klauw eruit gerukt waardoor hun tenen erg gevoelig werden. Dat zorgde ervoor dat ze soms dagen niet konden lopen. ’s Ochtends werden de po’s gecontroleerd op urine. Als de honden hadden geplast, werden ze teruggebracht naar hun hok. Als ze niet hadden geplast, kregen ze een katheter ingebracht. Dat was erg verwarrend voor de honden. Want ze hadden al heel de nacht in de kooi gezeten en alle honden om hen heen waren al teruggebracht, onderwijl blaffend en stappend, en nu moesten zij nog blijven. Zodra de honden uit de kooi werden gehaald, stonken ze heel erg en zaten ze onder hun eigen ontlasting; geen fraai gezicht om te zien. Tijdens de periode in de urinekooi, van 16 uur tot 8.40 uur, kregen ze niks te drinken.

Vasthouden voor de dosering

Als dierendeskundige in opleiding moest ik de honden vasthouden voor allerlei procedures. Sommige waren erg ingrijpend, andere iets minder. Ik voelde me altijd een barbaar omdat ik de honden tegen hun wil vasthield. Ik moest tussen de 20 en 64 honden vasthouden. Het was erg uitputtend, zowel voor mij als voor de honden. Als ik soms een hond terugbracht naar een hok, passeerde ik de hokken van de honden die al waren getest. Ik zag braaksel, trillende lichamen of levenloze honden opgerold in een hoekje van hun kooi. Deze aanblik brak keer op keer mijn hart. Vooral omdat de honden normaal gesproken in het rond sprongen en enthousiast blaften als ik de kamer binnenkwam.

Verschillende manieren van dosering

De verschillende manieren om een dosis in een dier te krijgen zijn
door: capsule, sub-cut, orale inbrenging, infusie, aanbrenging op de huid of oogdruppels. De capsules waren vrij groot. De hond kreeg ze alleen in zijn hok door een vergunninghouder. De capsule werd achter in de mond gestopt en doorgeduwd met de duim. Ik heb capsulesgevonden in een etensbak van een hond. Ik lichtte de vergunninghouder in, maar die gooide de capsule in de vuilnisemmer.

Ik vertelde de teamleider dat ik de capsule uit de prullenbak had
gehaald, dat deze niet was beschadigd door speeksel en opnieuw aan de hond gegeven kon worden. Er had op zijn minst een aantekening in het logboek moeten staan met de opmerking dat de hond geen dosering had gekregen, maar nee hoor. De teamleider zou er met de vergunninghouder over spreken. Ook dat gebeurde niet.

Een ander onderzoek met capsules gaf de honden van groep 4 roodontstoken ogen. De vacht rondom de ogen was vies en eveneensontstoken. Omdat de ogen geen vocht aanmaakten, werd de dierenarts erbij gehaald. Hij gaf ze oogdruppels: viscotears. Deze moesten tweemaal daags worden toegediend. De ontstekingen werden er niet minder op. De ogen zaten vol met dik geel slijm en korsten. Pas nadat meerdere teamleden de teamleider op de korstige ogen hadden gewezen, werden de honden in bad gedaan voordat de druppels werden toegediend. De derde oogleden waren bijna altijd zichtbaar.

Sub-cut: onderhuids

Sub-cut was een injectie onder de huid van het nekvel. Het nekvel moest wekelijks worden geschoren en daarna met een permanente marker worden gemarkeerd in twee rechthoekige vlakken. De injectie werd de ene dag in het ene vlak gedaan, de andere dag in het andere vlak. Na injectie van de vloeistof ontstond er altijd een bult. Tijdens een onderzoek, dat ik met name wil noemen, deed ik onderzoek naar een pijnstiller van Puffa-fish. Zodra ik de eerste hond uit het hok haalde, begon de rest hevig te kwijlen en hun kop te schudden. Als het moment voor de dosering voor hen was aangebroken lag hun kooi vol met kwijl. Regelmatig begonnen ze te braken, want ze wisten wat hen te wachten stond. Na de dosering bleven groep 3 en 4 braken en zeker een uur inactief. De dosis van groep 2 werd per ongeluk door de vergunninghouder in een collega gespoten, niet alles maar wel een deel. De vloeistof werd gewoon uitgewassen door een eerstehulpverlener. Ook ik kreeg, omdat de hond bewoog, een gedeelte in mijn oog gespoten door een vergunninghouder.

Orale inbrenging

Dit wordt gedaan door het inbrengen van een plastic buis door de keel en in de maag. De dosis werd met een trechter in de buis gegoten en gespoeld met water, zodat de hele dosis in de hond zat. De honden haatten deze procedure en braakten regelmatig de buis op. Als de buis uit de honden werd gehaald, kwam de dosis ook mee op, meestal omdat, de honden misselijk waren.

Infuus

Dit werd gedaan met een canule in een ader van een hondenpoot. Elke dag gebruikte men een andere poot. Zo duurde het vier dagen voordat de eerste poot weer werd gebruikt. De vloeistof werd heel langzaam in het lichaam gespoten. De canule werd vastgetaped aan de honden en men moest de honden goed vasthouden als de canule werd ingebracht. Er moest altijd iemand bij twee honden blijven staan, anders rukten ze de canule eruit.

Aanbrengen op de huid

Hierbij werd poeder of vloeistof aangebracht op het geschoren gedeelte van de hond. Dit was meestal de rug, zodat de hond niet kon buiten of krabben. Soms werd de huid geïrriteerd of rood.

Medicijn toedienen met oogdruppels

De oogdruppels werden elke hond in zijn kooi gegeven. De ogen van de honden in groep 4 gingen bijna altijd dicht, raakten rood ontstoken en lieten haar los. Daarnaast waren meestal de derde oogleden zichtbaar. De honden wreven tijdens het jeuken hun gezicht continu over de grond. Hierdoor werden de neveneffecten veel erger. De ogen raakten enorm opgezwollen.Sommige zaken werden zo, zo ontzettend slecht uitgevoerd: voorbeelden van incompetentie:

* Ik zag dat bloed werd afgetapt en in het verkeerde buisje terechtkwam. Daarna werd het buisje, zonder het te wassen, overgeheveld in een ander buisje. Een ander buisje had moeten worden gebruikt.

* Leugenachtige interpretaties van een incompetente vergunninghouder. Niks dat werd opgeschreven en niemand die er wat van zei.

* Sommige honden liet men inslapen zonder dat een werknemer bloed had afgenomen. De teamleider kwam dan aangesneld en nam alsnog bloed af,van een dode hond dus. Dit bloedmonster zou geen authentiek
bloedmonster zijn.

* Het was de taak van de vergunninghouder om de tattoo in het oor van de hond te controleren alvorens een procedure uit te voeren. Regelmatig gebeurde dit pas na de procedure.

Vastbinden van dieren

Regelmatig wilde een hond niet naast je, of op een kruk, blijven zitten voor een procedure. Ze bleef worstelen en niet zitten. Zodra je iets te dichtbij de honden kwam, huilden ze en wilden ze wegkruipen. Soms moesten drie mensen een hond vasthouden, wat de hond nog onrustiger maakte. Een vergunninghouder hield de hond bij het bekvel en schreeuwde dat hij zich moest gedragen. Soms pakten werknemers de hond bij het nekvel en drukten ze zijn kop en nek naar beneden, al schreeuwend tegen het beestje.

Gedurende een subcut-onderzoek kwam de dosis direct van de farmaceut.

De dosis kwam in bruine flessen met een label voor de juiste groep. De hoeveelheid vloeistof werd afgemeten bij de farmaceut: precies hoeveel nodig was - plus een beetje meer. Daarna werden de flessen bij ons opnieuw gewogen en werd het gewicht genoteerd. Na de dosering werd de fles opnieuw gewogen. In veel gevallen was het laatste gewicht minder dan het moest zijn. Dat betekende dat sommige honden een te hoge dosering hadden gekregen. Het gewicht werd genoteerd, maar op de een of andere manier weggemoffeld, want er stond niks over in het logboek en ook NACWO kreeg er nooit wat over te horen. Zo’n voorval zou zeker invloed hebben gehad op de eindresultaten van het onderzoek. Toen ik een keer hoorde dat de gewichten niet juist waren, hield ik dat bij in het logboek. Ik vroeg de vergunninghouders wat er ging gebeuren. Ze zeiden dat ze dat niet wisten.

* Naalden werden herhaaldelijk in de nekken van de honden gebruikt, meestal vaker dan vijf keer voordat een nieuwe werd gebruikt. De honden kregen vreselijke blauwe plekken en bulten op hun nek, maar men bleef bloed afnemen uit diezelfde plekken.

Er was regelmatig een tekort aan voorraden zoals naalden, handschoenen, maskers, ontsmettingsmiddelen en schoon-maakmiddelen. Als je naar de voorraadkamer ging en er was niks, dan moest je smeken bij een ander team of zij wat konden missen. Er was heel weinig ontsmettingmiddel om de vloeren mee schoon te maken. We moesten het regelmatig verdunnen met water zodat het langer meeging. Soms was er geen enkel team dat nog voorraad had. De voorraden werden een keer per week geleverd. We kregen altijd te horen van de teamleider dat we veel zuiniger met de spullen moesten omspringen.

En nog meer misstanden

Op enkele honden werd al drie jaar onderzoek verricht. Bij de honden werden tijdens een van de onderzoeken de schildklieren verwijderd. Daarna kregen ze constant schildkliertabletten. Op het laatst, na daar zo lang gezeten te hebben, waren de honden zo verveeld dat ze van ellende met elkaar gingen vechten.

Tijdens een ander weekend stond een medewerkster buiten de unit een oogje in het zeil te houden in plaats van in de unit te zijn om de honden wat beweging te geven. In de unit brak een gevecht uit tussen de honden. De toezichthoudster deed niks: ze bleef kijken hoe de honden met elkaar vochten. Uiteindelijk zei ze tegen ons: "ze zijn aan het vechten". Hierop renden wij de unit in en haalden de vechtende honden uit elkaar. Ongeveer zeven honden hadden het gemunt op één hond. Ze beten de hond in zijn oor, poten, staart en achterpoot. De hond jankte en schreeuwde het uit van de pijn. De weekendmedewerkster stond erbij en keek ernaar. Ondertussen kostte het ons veel tijd de honden uit elkaar te halen. De gewonde hond bloedde hevig aan zijn oor en was bijna in tweeën gereten. De gewonde hond werd naar een bijgebouw gebracht. De dierenarts en de NAC kwamen opdraven. Ze besloten om de hond ter plaatse af te maken, omdat al die honden volgende week sowieso zouden worden afgemaakt. De week daarop vond een soortgelijk gevecht plaats: opnieuw werd een hond afgemaakt.

Ik werkte in team waarbij de personen die dosering uitvoerden, trachtten het werk al voor het einde van de ochtend af te krijgen. Hoe sneller hoe beter. Ik weet zeker dat de testhonden altijd de verkeerde dosering kregen toegediend.

Wratten

Er was een onderzoek waarbij de honden wratten kregen. Deze honden werden in twee units gestopt. Daarna werd een bijgebouw afgeschermd van de rest, waarna een reserve-unit werd schoongemaakt. Alles werd daarna schoongemaakt met Virkon. Elk hok, elke vuilnisbak, alle eetbakken, het speelgoed enzovoorts werden schoongemaakt met Virkon. De honden ondergingen de procedures door middel van een ‘pistool’ waarmee ze op zes plekken in de maag werden geschoten. De honden werden verdoofd omdat de procedure heel pijnlijk was. Ongeveer zeven weken lang werden ze vier keer op die manier behandeld. Daarna begonnen de wratten te groeien. Sommige wratten waren enorm. Elke week werden ze tijdens de gezondheidscontrole opgemeten. Een kleine teef had deze wratten in haar neus en op haar poten. Alles wat ik te horen kreeg was: "Oh, ze wordt volgende week toch afgemaakt, het maakt niet uit."

Toen het onderzoek ten einde liep werden de honden die moesten worden afgemaakt, in een apart gebouw gehouden. Ze gingen niet naar de normale plek waar men ze liet inslapen. Ik stelde hier vragen over maar ik kreeg te horen: "Jouw vragen beantwoord ik niet." Ik vroeg hoeveel honden er in elke gele vuilniszak gingen en ik kreeg hetzelfde antwoord. De honden werden in gele zakken gestopt en in een grote, gele, mandachtige vuilnisbak naar de lijkschouwing gereden. In diezelfde vuilnisbak stopten wij ook vuilnis, zaagsel en etensresten. Ik weet zeker dat de vuilnisbak niet eerst werd gewassen voordat een dode hond er in ging.

De gebruikte units werden schoongemaakt en schoongespoten. De afscheiding werd weggehaald. Daarna werden er honden in ondergebracht van wie de unit werd schoongemaakt. Twee hondenunits die in deze ‘schoongemaakte’ units werden ondergebracht ontwikkelde opnieuw wratten. Zo’n 60 procent van al die honden kreeg wratten.

Eén teef kreeg wratten in haar mond, gezicht, poten en klauwen. Het waren grote wratten. Ze kreeg vanwege de wratten een vervelend bijnaam: een mannelijke collega noemde haar "smerige hoer", "slet" etcetera. Daarna werd pas duidelijk dat de wratten waren ontstaan door het voorgaande "wrattenonderzoek", omdat:

a) De units niet goed waren schoongespoten;

b) De unit had moeten worden gereinigd met Virkon om achtergebleven ziektekiemen te doden. Dat gebeurde niet en de unit werd al snel gebruikt voor een volgende studie.

Einde onderzoek

Aan het einde van een onderzoek leek iedereen opgelucht, omdat er minder werk te doen was. De details van de honden werden opgeschreven en de honden werden zoals gewoonlijk schoongemaakt. De eerste hond ging meestal rond 9-9.30 uur. Ze werden gewogen zodat men wist hoeveel verdoving men moest gebruiken om de honden te laten inslapen.

Als jij degene bent geweest die voor de honden heeft gezorgd dan wilde de leiding van het onderzoek dat jij de honden zou wegbrengen. Je mocht nee zeggen, maar als jij het beest begeleidde was de kans groter dat de hond zich zou gedragen. Er was een dodenlijst zodat je precies wist welke hond wanneer moest worden aangeleverd. Er waren twee groepen van "postmortale" begeleiders. Dus: jij bracht twee honden, daarna ging de volgende groep aan de slag en dan werden de volgende twee weer gebracht.

Bij elk onderzoek waarbij ik de honden wegbracht werd er beenmerg afgenomen. Als men de hond liet inslapen, beloofde dat een hele lange werkdag. De hond had zijn voorpoten op mijn lichaam en zijn achterpoten en kont aan de zijkant.

De voorste poot werd geschoren. We kregen te zien hoe we de ader, waar de naald in moest, konden laten opzwellen. Als het beenmerg werd afgenomen, mocht de hond nog niet helemaal dood zijn. De hond werd op zijn rug gelegd en het beenmerg werd uit het borstbeen gehaald. Het was afschuwelijk om hier bij te zijn. Twee teamleiders die ik deze procedure heb zien uitvoeren, hadden de hond niet genoeg verdoofd. De hond bleef janken en bewegen. Ik kon hier echt niet tegen, het was te emotioneel voor mij. Ze gaven niet meer verdoving. Nee, ze gingen gewoon door met hun werk.

Conclusie

Dit is nu de zesde keer dat misstanden binnen Huntingdon Life Sciences aan de kaak zijn gesteld. Hoeveel dieren moeten er nog meer worden misbruikt binnen HLS? Hoe vaak moeten we nog aantonen dat zij de wet overtreden, voordat de Britse overheid en de klanten van HLS zich distantiëren van Huntingdon?

Huntingdon, zijn klanten en de Britse overheid hebben meerdere malen< gezegd dat het de heimelijk opgenomen beelden van het slaan van beagles binnen Huntingdon - gefilmd door Channel 4 in 1997 - op zichzelf staande incidenten waren. We hebben altijd geweten dat dit niet zo was, maar we hadden het bewijs niet. We kunnen nu laten zien dat deze uitspraken leugens zijn. We kunnen laten zien dat medewerkers de wet overtreden, data vervalsen en extreme dierenmishandeling inherent is aan Huntingdon.

We kunnen laten zien dat van 1989 tot 2006 dierenmishandeling, waardeloze procedures en wetsovertredingen hand in hand gaan met HLS. Het enige dat kan en móet gebeuren, is dat HLS voorgoed gesloten wordt.

Tenslotte zijn we veel dank verschuldigd aan de twee ex-werknemers die de moed hadden de schokkende taferelen te onthullen en zich uit te spreken over wat er vandaag de dag binnen Huntingdon Life Sciences gaande is.


Wil je mee werken aan de sluiten van dit gruwellaboratorium, contacteer ons dan op