DIERPROEVEN IN NEDERLAND

Elk jaar brengt de Keuringsdienst van Waren rapport uit over dierproeven in Nederland. De volgende cijfers zijn afkomstig van het rapport 'Zodoende 2006.'

AANTALLEN
In Nederland werden in 2006 603.741 dierproeven uitgevoerd. Dit zijn 9.068 dierproeven (1.5%) minder dan er in 2005 geregistreerd waren.

In 2006 zijn 13.349 dieren hergebruikt voor 24.493 (4%) dierproeven. Derhalve kan worden gesteld dat 603.741 dierproeven werden verricht op 579.248 proefdieren.

ONDERZOEKSVELDEN
5.5% (33.038) van alle dierproeven werden verricht om de schadelijkheid van stoffen te onderzoeken (toxicologie).
17.246 dierproeven werden uitgevoerd voor de industrie, voor het testen van voedseladditieven voor menselijke consumptie waren 7.828 dierproeven 'nodig.' 4.029 dierproeven voor onderzoek naar milieuschadelijke stoffen.

2.6% (15.504) dierproeven voor onderwijs en training. Deze testen vinden vooral plaats op de universiteiten (10.819).
1.5 % (9.287) dierproeven voor diagnostiek. 9.210 dierproeven voor het opsporen van ziekten bij het dier.

Het zodoende rapport spreekt over 45.6% van alle proeven (270.859) die werden verricht voor wetenschappelijk onderzoek. Wanneer je dit percentage gaat ontcijferen kom je al snel op de volgende aantallen:

114.556 dierproeven waren bestemd ten behoeve van de veterinaire toepassing.
156.339 dierproeven waren bestemd voor onderzoek ten behoeve van de toepassing van dergelijke producten bij de mens.

Ontwikkeling, productie, controle of ijking van sera, vaccins of andere biologische producten (36.818 dierproeven) Ontwikkeling van geneesmiddelen (78.282 dierproeven).
Productie, controle of ijking van geneesmiddelen (37.057 dierproeven) Ontwikkeling, productie of ijking van medische hulpmiddelen of toepassingen (4.187 dierproeven).

Het beantwoorden van een wetenschappelijke vraag met betrekking tot:
Kanker (55.395 dierproeven)
Hart-en vaatzieken (22.504 dierproeven)
Geestesziekten of ziekten van het zenuwstelsel (30.064 dierproeven)
Andere ziekten bij de mens (57.106 dierproeven)

DIERPROEFCENTRA EN FOKKERS
In 2006 waren er 81 vergunninghouders geregistreerd. 42 vergunningen zijn er verleend voor het fokken en afleveren van proefdieren.

De DEC (Dier Experimenten Commissies) hebben in slechts 9 gevallen een negatief advies gegeven, op een totaal van 3900 adviezen. Dierproefnemers zijn verplicht om dierproeven ter toetsing voor te leggen aan erkende DEC's.
Een DEC bestaat uit minimaal 7 leden, in een evenredige getalsverhouding maken deskundigen deel uit op het gebied van dierproeven, alternatieven, bescherming van proefdieren en ethische toetsing. De leden van deze commissies bestaan uit dierproefnemers en collega's, dit verklaart het lage aantal negatieve adviezen. Zo'n commissie heeft in 2006 bijv. ook een positief advies afgegeven voor het testen van voedseladditieven op dieren.

De 81 vergunninghouders zijn als volgt in te delen:
a. 15 Instellingen voor wetenschappelijk onderwijs, inclusief universitaire medische centra.
b. 1 ziekenhuis en/of streeklaboratorium.
c. 8 overige instellingen voor de volksgezondheid.
d. 8 instellingen ten dienste van landbouw en diergeneeskunde.
e. 4 overige instellingen voor wetenschappelijk onderzoek.
f. 34 industriële ondernemingen.
g. 8 instellingen voor middelbaar en hoger beroepsonderwijs.
e. 3 proefdierfokbedrijven.

DIEREN GEDOOD IN VOORRAAD
In 2006 waren 408.960 dieren gedood of gingen dood in voorraad: 176.781 gewone dieren, 231.959 genetisch gemanipuleerde dieren en 220 dieren uit de wilde fauna. Deze dieren zijn niet gebruikt voor testen.

De reden waarom deze dieren in voorraad dood zijn gegaan of werden gedood waren de volgende.
- Voor bepaalde proeven zijn dieren van 1 geslacht nodig: voor de dieren van het andere geslacht is geen bestemming.
- Het instandhouden van sommige speciale lijnen, stammen of transgene dieren vergt veel dieren. Uit de gegevens blijkt dat 223.166 genetisch gemanipuleerde muizen, 785 genetisch gemanipuleerde ratten, 826 genetisch gemanipuleerde klauwpadden en 7182 genetisch gemanipuleerde vissen werden gedood in voorraad.
- Dieren kunnen sterven of gedood worden in verband met ziekte.

DIERPROEVEN EN DE WET
"Als een proef niet van direct of indirect belang is voor de gezondheid van mens of dier, is op grond van artikel 2 van de Wod een speciale vergunning nodig, tenzij het onderzoek is gericht op het beantwoorden van een wetenschappelijke vraag."

In 2006 zijn 177.795 dierproeven (21%) uitgevoerd die wettelijk verplicht zijn. Dit kunnen zowel nationale als internationale vereisten zijn. Dit betekent dat 79% van alle dierproeven in Nederland niet wettelijk verplicht zijn.

ANESTHESIE EN PIJNBESTRIJDING
Uit de gegevens bleek dat bij 393.482 (66%) proeven geen anesthesie toegepast werd omdat hier geen aanleiding voor bestond (let wel, die aanleiding wordt bepaald door de dierproefnemer). Bij 17.277 (3%) proeven werd geen anesthesie toegepast omdat dit onverenigbaar was met de proef of praktisch niet uitvoerbaar was.

Bij 502.772 (83%) proeven werd geen pijnbestrijding toegepast omdat hiertoe geen 'aanleiding' bestond. Bij 55.215 proeven werd geen pijnbestrijding toegepast omdat dit onverenigbaar was met de proef of praktisch niet uitvoerbaar was.

Bij 80.303 dierproeven was het lijden voor het dier ernstig. Bij het gros van de dierproeven was het lijden volgens de dierproefnemer gering of matig.

Uit de gegevens bleek dat de dierproeven zodanig waren opgezet dat 512.816 (86%) van de dieren dood zijn gegaan of gedood zijn tijdens de proef of ter beëindiging van de proef. 24.426 (4%) dieren zijn gedood na beëindiging van de proef omdat er geen passende bestemming was.

HERKOMST
218 oude-wereldapen en 34 nieuwe-wereldapen waren afkomstig van een geregistreerd fok-of toeleveringsbedrijf in Nederland (Hartelust, Tilburg).
20 oude-wereldapen hadden een andere 'herkomst.' Deze herkomst staat niet gedefinieerd. Oude-wereldapen in laboratoria zijn vooral Makaken. Nieuwe-wereldapen in laboratoria zijn vooral marmosets.

Feiten:
7.560 dierproeven werden uitgevoerd voor het bestuderen van het gedrag van dieren. 12.196 dierproeven werden uitgevoerd voor ziekten bij dieren.

TESTMETHODE
-200 konijnen kregen stoffen toegediend op het oog.
-1.368 muizen, 1.088 ratten, 116 cavia's, 6 paarden en 45 varkens kregen stoffen toegediend via de luchtwegen.
- 482 muizen, 719 ratten, 24 cavia's en 214 konijnen, 66 varkens kregen stoffen toegediend via de slijmvliezen of huid.
- 5.735 muizen, 672 ratten en 20 oude wereld-apen werden bestraald met schadelijke effecten als gevolg.
- 9.749 muizen, 1.948 ratten, 46 hamsters, en 79 cavia's werden ingezet voor het toedienen van traumatiserende, fyschische, psychische of chemische prikkels aan het centrale zenuwstelsel of de zintuigen.
- bij 83.326 dieren werden ontstekingen/infecties opgewekt, waaronder 192 honden, 18 katten, en 223 apen.
- Bij het opwekken van verbrandingen, fracturen of ander (traumatisch) letsel werden 716 muizen, 20 ratten, 48 konijnen, 25 varkens en 17 geiten ingezet.

DIERPROEVEN PER UNIVERSITEIT/MEDISCH CENTRUM

Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam gebruikte in totaal 20.642 dieren. 18.168 muizen, 2.199 ratten, 172 cavia´s, 92 varkens, en 11 geiten. 292 muizen en 114 ratten werden ingezet voor onderwijs.

Erasmus Universitair Medisch Centrum gebruikte 42.040 dieren in 2006.
36.846 muizen, 173 voor onderwijs en 455 om het gedrag te bestuderen. 4.503 ratten, 72 hamsters, 28 cavia´s, 1 niet gedefinieerd knaagdier, en 30 konijnen (waarvan 4 voor onderwijs), 36 fretten, 55 oude-wereldapen, 209 varkens, 129 vogels en 82 vissen.

Leids Universitair Medisch Centrum gebruikte 22.238 dieren in 2006. 19.334 muizen, 2.639 ratten, 200 hamsters, 21 cavia´s, 6 niet gedefinieerde knaagdieren, 25 konijnen, 2 varkens en 11 katten.

Het Radboud Universiteit Nijmegen gebruikte 29.780 dieren in 2006. 17.414 muizen (236 onderwijs). 8.719 ratten (695 voor onderwijs en 20 voor gedragsstudies).7 hamsters, 25 cavia's en 245 konijnen. 4 honden werden gebruikt. 40 varkens (33 voor onderwijs), 74 geiten, 77 schapen (22 voor onderwijs), 1 rund, 2 andere zoogdieren en 51 kwartels. 3.001 amfibieën en 120 vissen.

De Rijks Universiteit Groningen gebruikte 24.798 dieren in 2006. 9.836 muizen (100 voor onderwijs en 730 om het gedrag van dieren te bestuderen). 8.161 ratten (407 voor onderwijs en 204 om het gedrag van dieren te bestuderen). 20 hamsters (4 voor onderwijs), 259 cavia's (35 voor onderwijs), 108 konijnen (8 voor onderwijs). 11 katten, 14 paarden, 14 varkens (8 voor onderwijs), 6 geiten en 2 schapen. 221 andere zoogdieren, 5.787 vogels (4 voor onderwijs) en 30 amfibieën (8 voor onderwijs) en 343 vissen.

Universiteit van Amsterdam gebruikte 1.535 dieren. 612 muizen, 915 ratten en 8 konijnen.

De Universiteit van Leiden gebruikte 6.415 dieren in 2006. 4.648 muizen (23 voor onderwijs) en 492 ratten (95 voor onderwijs). 156 runderen, 148 vogels, 87 reptielen en 884 vissen (21 voor onderwijs).

De Universiteit van Maastricht gebruikte 10.210 dieren in 2006. 6.360 ratten (23 voor onderwijs). 3.299 ratten (14 voor onderwijs). 24 hamsters, 42 cavia's, 265 konijnen (2 voor onderwijs) en 35 honden. 64 varkens (9 voor onderwijs), 107 geiten en 14 schapen.

Universitair Medisch Centrum Utrecht gebruikte in 2006 13.621 dieren. 7.979 muizen (50 voor onderwijs), 5.136 ratten (157 voor onderwijs). 62 cavia's, 176 konijnen en 45 honden. 187 varkens (23 voor onderwijs) en 36 geiten.

De Universiteit van Twente gebruikte in 2006 549 dieren.
388 muizen, 141 ratten, 8 andere knaagdieren en 12 geiten.

De Universiteit van Utrecht gebruikte 20.184 dieren in 2006. 8.959 muizen (688 voor onderwijs), en 3.044 ratten (631 voor onderwijs, 72 om het gedrag te bestuderen). 376 hamsters (76 voor onderwijs) en 362 cavia's (211 voor onderwijs). 417 konijnen (394 voor onderwijs en 16 om het gedrag te bestuderen). 772 honden (672 voor onderwijs, 21 honden om het gedrag te bestuderen). 144 katten (106 voor onderwijs, 38 om het gedrag te bestuderen). 316 fretten (allen voor onderwijs). 18 Oude-wereldapen, 213 paarden (81 voor onderwijs, en 12 om het gedrag te bestuderen), 153 varkens (77 voor onderwijs, 65 om het gedrag te bestuderen). 22 geiten (15 voor onderwijs, 7 om het gedrag te bestuderen), 37 schapen (24 voor onderwijs, 13 om het gedrag te bestuderen). 695 runderen (627 voor onderwijs, 58 om het gedrag te bestuderen). 1.407 kippen (426 voor onderwijs, 956 om het gedrag te bestuderen). 1.903 vogels (1.762 voor onderwijs, 90 om het gedrag te bestuderen). 369 reptielen (allen voor onderwijs), 5 amfibieën (allen voor onderwijs). 817 vissen (37 voor onderwijs, 512 om het gedrag te bestuderen. 28 andere zoogdieren (allen voor onderwijs).

Vrije Universiteit Amsterdam gebruikte in 2006 9.862 dieren. 5.600 muizen, 3.715 ratten (38 voor het gedrag te bestuderen). 37 cavia´s (11 voor onderwijs), 26 konijnen (8 voor onderwijs). 3 nieuwe-wereldapen. 26 varkens (5 voor onderwijs). 78 geiten, 12 reptielen en 365 amfibieën.

Wageningen Universiteit gebruikte in 2006 13.292 dieren. 1.313 muizen (83 voor onderwijs), en 447 ratten (143 voor onderwijs). 518 konijnen (4 voor onderwijs, 508 om het gedrag te bestuderen). 63 honden (om het gedrag te bestuderen).340 varkens (25 voor onderwijs, 205 om het gedrag te bestuderen).267 runderen (12 voor onderwijs, 71 om het gedrag te bestuderen). 4.445 kippen (30 voor onderwijs). 13 vogels (om het gedrag te bestuderen), 1 reptiel (voor onderwijs) en 83 amfibieen (voor onderwijs). 5.802 vissen (432 voor onderwijs, 652 om het gedrag te bestuderen)

DEFENSIE
Defensie gebruikte 173 dieren in 2006. 6 muizen, 125 ratten (waarvan 17 voor alternatieven voor dierproeven!), 72 ratten werden ingezet voor
zenuwgastesten. 32 cavia´s, waarvan 20 voor zenuwgas en 12 voor mosterdgas. 10 nieuwe-wereldapen voor zenuwgastesten.